Grondteksten

De scoutswet

  1. De scout heeft als erepunt het vertrouwen te verdienen.
  2. De scout is trouw aan zijn land, ouders, leiders en ondergeschikten.
  3. De scout dient en helpt zijn evennaaste.
  4. De scout is een vriend van allen en een broeder van iedere andere scout.
  5. De scout is hoffelijk en ridderlijk.
  6. De scout ziet in de natuur het werk van God: hij houdt van planten en dieren.
  7. De scout gehoorzaamt zonder tegenspreken en laat niets half gedaan.
  8. De scout beheerst zich: hij glimlacht en zingt bij alle moeilijkheden.
  9. De scout is spaarzaam en draagt zorg voor andermans goed.
  10. De scout is zuiver in gedachten, woorden en daden.

De gidsenwet

  1. De gids heeft als erepunt het vertrouwen te verdienen.
  2. De gids is trouw aan haar land, ouders, leidsters en ondergeschikten.
  3. De gids dient en helpt haar evennaaste.
  4. De gids is goed voor allen en een zus van iedere andere gids.
  5. De gids is hoffelijk en vrijgevig.
  6. De gids ziet in de natuur het werk van God: zij houdt van planten en dieren.
  7. De gids gehoorzaamt zonder tegenspreken en laat niets half gedaan.
  8. De gids beheerst zich: zij glimlacht en zingt bij alle moeilijkheden.
  9. De gids is spaarzaam en draagt zorg voor andermans goed.
  10. De gids is zuiver in gedachten, woorden en daden.

020

De belofte

Ik beloof op mijn erewoord

met Gods genade en naar best vermogen

God, Kerk, Koning, land en Europa te dienen,

mijn naaste te helpen in alle omstandigheden,

de scoutswet (gidsenwet) na te leven.

De beginselen

  • De plicht van de scout / gids begint thuis.
  • Trouw aan zijn / haar vaderland is de scouts / gids voorstander van een verenigd en broederlijk Europa.
  • Als zoon / dochter van het christendom is de scouts / gids trots op haar geloof: hij / zij werkt mee aan het vestigen van Christus’ Rijk in zijn / haar leven en in de wereld rondom hem / haar.